donderdag 2 januari 2014

Trip naar Malawi



Dorpje in Malawi

Na Livingstone en de Kafue, South Luangwa, en Lower Zambezi parken in Zambia wordt Malawi onze eerste regionale road trip. In een rechte lijn rijdend vanuit Lusaka naar het oosten, via Chipata aan de Zambiaanse grens (na bijna 600 kilometer), de Malawiaanse hoofdstad Lilongwe (nog zo’n 150km erbij), en de districtsstad Salima (weer 120km), de laatste 25km over een pad slingerend door de dorpen, bereikten we de oever van een smalle rivier die uitmondt in het reusachtige Lake Malawi. Dit alles in twee dagen want het kost al zo’n acht uur om naar Chipata te rijden. De tweede dag vorderden we ook wat traag na oponthoud aan de grens – formulieren, onduidelijke procedures – en diverse opgeworpen road blocks bemant door gemoedelijke en minder gemoedelijke politie en andere verkeersambtenaren.
Zwembad bij de Blue Zebra lodge
We hebben gereserveerd bij de Blue Zebra lodge op Nankoma eiland dat deel uitmaakt van een groep van drie kleine eilandjes (de Marelli archipel) in een beschermd natuurpark. De auto geparkeerd in het dorp en dan opgepikt door een klein uitgevallen motorboot. Al snel bleek waarom: de waterstand heel laag en zelfs dit kleine vaartuig liep meermalen vast op de bodem en moest dan door de vier man sterke bemanning worden los getrokken. Eenmaal op het meer bleek het – naderend slecht weer – al stevig te waaien en werd het een redelijk hachelijke overtocht! Dan worden we met sap van apebrood vruchten (uit de baobab boom) opgevangen door het Franse stel dat de lodge beheerd. De lodge is eigendom van de Griekse eigenaar van Farmers World, een groot Malawiaans bedrijf. Net als in Zambia is er in Malawi een groep vaak genaturaliseerde Griekse en Cypriotische migranten die in de jaren 60 en 70 arriveerden en, net als de migranten uit India en meer recent uit China, geld verdienen in (detail)handel. Het mooiste huis op het eiland is voor de eigenaren zelf.  Als gasten slapen we in zogeheten tented-chalets: grote kampeertenten op betonnen ondergrond en met een dak van stro op houten palen. We blijken overigens de enige gasten en daarom exclusieve aandacht. Het verblijf is heerlijk. We snorkelen in de baai en voelen ons als in een aquarium, omringd door cichlides – kleurige visjes – waar Lake Malawi bekend van is.
Snorkelen

We maken een boottocht met de beheerders om nijlpaarden te zoeken, en vinden die ook.  Dit keer met de grotere boot waarop iedereen zich een stuk veiliger voelt. 

Kayaken 
Als we tegen het eind van de dag zoeken naar de otterfamilie zwemt er een krokodil door de baai, toch ook op de plaats waar we eerder zwommen. En Tineke en Lieke’s pad wordt gekruist door een groene mamba. Naast deze gevaarlijke dieren, zijn het vooral de vogels die het bezoeken van dit eiland zo'n feest maken.




Op de weg terug naar Lilongwe bezoeken we katholieke missie van Mua waar de paters een museum hebben ingericht over de verschillende etnische groepen in Mali en hun relikwieën. Een rariteiten kabinet van drie kamers waardoor we een enthousiaste rondleiding krijgen. Met de extra kilometers door het Malawiaanse binnenland zien we hoe dichtbevolkt het hier is, zeker in vergelijking met Zambia, en dat bijna al het land wordt bewerkt. Qua leefomstandigheden lijkt het veel op Zambia – we weten ook dat er veel armoede is in Malawi. Wat is de potentie van ons soort lodges om dat te veranderen? In ieder geval veel lokaal personeel bij Blue Zebra. In Lilongwe proberen we een indruk te krijgen van het leven in de hoofdstad en zijn we geïmponeerd door het wildlife centre, midden in een park in de stad, waar gewonde en verwaarloosde dieren worden voorbereid op een terugkeer in de natuur. Zelfs apen uit Nederlandse dierentuinen verblijven er, circusdieren uit Duitsland en een eenogige leeuw uit Roemenie. Niet alle dieren kunnen terug en sommigen genieten er van hun oudedag.


Op de terugweg nog hevige regens in zowel Malawi als Zambia en na 1850km weer thuis aan Sable Road. 

dinsdag 3 december 2013

Sinterklaas in Lusaka

Aankomst Lusiwasi road





Inburgeringstoets voor Hazel, die verliefd werd op Piet Romeo


zaterdag 26 oktober 2013

Kiambi

Kiambi stond al een tijdje op ons wensenlijstje en nu eindelijk is het ervan gekomen. Een beetje bang gemaakt door een collega van Paul, die het er vorig jaar rond deze tijd zo warm had gehad dat ze het ons afraadde er in Oktober naar toe te gaan, was dit mijn verjaardagskado (naast een mooie Zambike)! Wat een plek om je verjaardag te vieren.

We maken een prachtige tocht over de rivier en zijn diep onder de indruk over het aantal olifanten en nijlpaarden. Wat kunnen we dichtbij komen en wat zijn het toch een prachtige beesten.











donderdag 10 oktober 2013

Zambezi district – September 2013


Zambezi district is part of North Western province, situated close the border with Congo and with Angola in particular. It is not so populated but vast in size. The capital of North Western province is Solwezi, a booming dusty frontier mining town. An Australian or Canadian company is preparing the opening of what will be the biggest copper mine in Africa. This increasing economic activity already attracts numerous migrants, businesses, and Solwezi has known a chaotic expansion over the past years. When I asked whether this would also provide opportunities for the province’s local population, including people from Zambezi district, the answer was negative. The big mining companies require a minimum level of education and migrants from other towns or Lusaka are more likely to respond to that profile than the still largely illiterate populations in the province. Again, it shows the importance of good quality education. Yet, when I visited some villages in Zambezi district, the harsh reality remained that the scarcity of schools and teachers lead to situations where some 150 Grade 1 pupils have to share one teacher, which means that during one day they will be at school in shifts of about 50 pupils, each for about 3 hours. Hard for them and hard for the teachers. The Zambezi River divides Zambezi district in a West-bank and an East-Bank: both parts have their own Chief and their own language. The district administration in everything it does has to strike a fine balance between the two sides. That is also true for the programme we came to visit. The initial 20 communities that could enter the programme were equally divided over the two sides. The West Bank in particular is difficult to reach when it rains. Some parts are cut off from the outside world between January and June. There are no roads on the West Bank, just sand paths: this makes even bicycling difficult. Teachers who work in the villages in January bring supplies for a couple of months. Poverty is striking. Productivity is low and during the so-called lean season many families are depleting their maize or cassava stock and have to rely upon informal support mechanisms. There are few other income earning opportunities – also given the low level of economic activity, the difficult access to markets, and the poor state of agriculture. Few families cultivate rice as a cash crop and are able to earn something through this. It is hard to find what we would call a ‘normal’ family: parents with children.


First, many or even most children do not live with their father: Either because the father is living elsewhere for economic reasons or with another woman or because the father passed away. We also met several families where grandparents were caring for their grandchildren, orphans in many instances: the impact of the HIV pandemic seems an important contributor to this situation. It is hard for grandparents to take care of grandchildren who are often forced to drop out of school to help out at home – girls in the first place. Where poverty is widespread the solidarity of the extended family or the village is not an obvious safety net. Children who live with a disability are extremely vulnerable to neglect. We met a 14-year old girl who lived on her own as she was chased away by her family. We also met a grandmother who was caring for her mentally (slightly) retarded grandson who never went to school and clearly was in an extremely fragile nutritional state. It was very difficult to hear the stories of these families and the hardship they endure.

The mother, I wrote about
The Government programme that I advise identifies these poor and vulnerable families and provides them with a monthly allowance of about 12 US dollar. For a family of five this is roughly enough to purchase an extra meal a day: A significant change for families who tend to live on one meal per day. Yet, the money is also used for other purposes: clothes for children, soap, some fish perhaps, to pay for cost of schooling, and also to by seeds, fertiliser, or to start a small business. We are managing a four-year impact evaluation to demonstrate the impact of the programme and the findings we released this year are impressive – including on poverty. We also found that local economies benefit: every dollar generates 0.7 dollar in local economy multiplier effects. The Government is now considering this as its flagship programme for poverty reduction and increased the budget significantly for 2014, meaning that across the country some 200,000 families will be able to benefit. We argue that a country such as Zambia, where tax revenues continue to increase on the wave of high global copper prices and the growth this creates, can afford much more: better education, better infrastructure, more support to agriculture among other things.

On the way back to the district capital where we stay we meet one of the village teachers. He is walking back to the village and in his bag he has this month’s allowances for the families who benefit from the programme in his area. He walked 15 kilometres to the bank in the district town and the same distance back to his village. He receives an allowance to spend the night in town but not more than that. Still he is very motivated to play his role in the programme, like hundreds of other teachers across the country. Fantastic.



woensdag 21 augustus 2013

Trip naar South Luangwa

Samen met Marjon en Peter en kids maken we een prachtige reis naar South Luangwa National Parc, een van de mooiste wildparken in Zuidelijk Afrika. Het park ligt in Oost Zambia.


Op maandag moet eerst de auto die Marjon en Peter huurden worden opgehaald. Uiteindelijk rijden we rond half tien Lusaka uit richting Chipata waar we tegen de avond aankomen en de camping vinden: Mama Rula's. We blijken er niet de enige gasten. Er staat al een truck waarmee toeristen over land van wildpark naar wildpark reizen en een tweede arriveert als wij de tent aan het opzetten zijn. In het restaurant is het een gezellige boel. Er is zelfs live muziek en de volgende dag horen we dat ook ex-president Banda er was (...), die momenteel wordt vervolgd wegens corruptie - Chipata is z'n thuishaven.


Al om vijf uur 's ochtends worden we gewekt van de eerste geluiden rondom deze "overland trucks". Om half zeven zit de groep al aan het ontbijt en hebben ze hun tent alweer ingepakt. Wij komen ondanks al dit rumoer iets later op gang maar rijden toch ook redelijk vroeg de camping af. Na een bezoek aan de supermarkt en de lokale markt vervolgen we onze reis richting Mfuwe. 


De weg is redelijk goed en voert ons door een prachtig heuvelachtig landschap met relatief lage bebossing. Het laatste stuk wordt er aan de weg gewerkt. Vlak voor het park slaan we linksaf richting de campsite. Vlakbij de camping komen we een groep olifanten tegen!


De camping, Wild Life, is prachtig gelegen met uitzicht over de rivier. Een Britse dame die al tien dagen op de camping staat vertelt dat de olifanten bij haar aan de tent stonden. Maar nu het drukker is zal dit niet zo snel gebeuren verwacht ze. 


De volgende morgen maken we onze eerste safari trip. Prachtig! We zijn onder de indruk hoe dicht je bij dieren kan komen. Al snel krijgt de gids een telefoontje dat er luipaarden zijn gespot. We zien twee luipaarden door een geul lopen en langs de geul staan wel acht safari auto's om hen goed te kunnen zien. Echt een "luipaard op de catwalk". Wat een mooi beest!



Later hebben we geluk en zien we als eerste (en dus als enigen) een leeuw. Verder zien we hyena's, zebra's giraffen, olifanten, puku's (soort antilopen), wrattenzwijnen en vele hippo's (nijlpaarden). Van de zogeheten big-five ontbreekt alleen nog de buffel. Die zien we de volgende dag als we een  avond safari maken.




De vaders maken met hun dochters Noa en Roos nog een echte "walking safari". Hiervoor moet je ouder dan 12 zijn dus de andere kinderen mogen dit nog niet. Wij hebben bij de tent onze eigen safari met stelende apen die ons telkens weer te slim af zijn. Dan blijkt de auto weer open te staan en als we daarheen hollen om ons eten te redden gaan ze er met het brood en de appel van de ontbijttafel vandoor.

Marjon en ik mogen de volgende ochtend, terwijl Paul en Peter de boel inpakken, ook nog een "walking safari" maken. Wij besluiten niet eerst naar het park te rijden maar gewoon vanaf de camping te gaan lopen. We leren van alles over sporen, diverse soorten poep, en genieten van het lopen, de vogelgeluiden en zien vooral het eerste uur veel olifanten en giraffen.



Op de terugweg besluiten we te rijden tot Katete waar we overnachten in een Community Centre. We kunnen in de tenten terecht omdat de kamers bezet zijn aangezien er een groep vroedvrouwen slaapt die een training volgen. Een van de dames zit het haar van een andere dame in te vlechten als wij op ons eten zitten te wachten. Dat willen onze dochters ook wel en nog voor het eten op tafel staat hebben de dames allemaal ingevlochten haar. Als dank bieden we alle vroedvrouwen een drankje aan waarop zij voor ons gaan dansen. Wat een feest!







zondag 28 juli 2013

Neefje Calle

De nieuws aanwinst in de Quarles van Ufford familie, neefje Calle!





dinsdag 16 juli 2013

Verlof in Nederland

Spa op de Scheidiuslaan
Klimbos
Geografen kids
Prachtige fietstocht door Broek en Waterland
Met drie prachtige kinderen

Bezoek aan Rotterdam
Coole meiden gaan op zeilkamp
Zaanse dijk